Verantwoording door bedrijven: wat kost zakendoen mens en milieu?

Terwijl bedrijven steeds vaker over landsgrenzen heen opereren, heeft het internationaal recht moeite om gelijke tred te houden. Nadia Bernaz en Sylvia Karlsson-Vinkhuyzen onderzoeken hoe bedrijven, staten en andere actoren verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun impact op mens, klimaat en biodiversiteit. Juist nu de druk vanuit wetgeving, rechtszaken en de samenleving toeneemt.
Lange tijd werd de verantwoordelijkheid voor het beschermen van mensen en milieu vooral gezien als een taak van overheden. Van bedrijven werd verwacht dat zij zich hielden aan nationale wetgeving, economische waarde creëerden en winst maakten voor aandeelhouders. Die opvatting is snel aan het veranderen.
“In sectoren zoals mijnbouw, energie en voedselproductie kunnen bedrijven enorme invloed hebben op mens en milieu,” zegt Nadia Bernaz, persoonlijk hoogleraar Law & Corporate Justice bij Wageningen University & Research. “Een veelbesproken voorbeeld zijn de activiteiten van Shell in Nigeria. De olievervuiling daar veroorzaakte niet alleen grote milieuschade, maar had ook gevolgen voor de volksgezondheid, de visserij en sociale verhoudingen binnen lokale gemeenschappen. Op zo’n moment kun je niet langer volhouden dat een bedrijf uitsluitend bestaat om producten te maken en winst te genereren.”
Bedrijven steeds vaker ter verantwoording geroepen
De groeiende aandacht voor corporate accountability weerspiegelt een bredere verschuiving in de manier waarop we naar bedrijven kijken. Naarmate productieketens internationaler zijn geworden en maatschappelijke uitdagingen rond klimaat, biodiversiteit en mensenrechten urgenter zijn geworden, is het steeds moeilijker geworden om de impact van bedrijven buiten beschouwing te laten.
“De wereld is sterk geglobaliseerd geraakt, terwijl wet- en regelgeving nog altijd grotendeels nationaal georganiseerd is,” zegt politiek wetenschapper Sylvia Karlsson-Vinkhuyzen. “Bedrijven opereren over grenzen heen en kunnen activiteiten verplaatsen naar plekken waar regels minder streng zijn. Overheden hebben moeite om daar grip op te houden.”
Volgens haar verklaart die spanning tussen mondiale economische activiteiten en nationale regelgeving waarom de roep om meer verantwoording door bedrijven de afgelopen jaren zo sterk is gegroeid. “Bedrijven spelen een belangrijke rol in wereldwijde vraagstukken rond klimaat, biodiversiteit en duurzaamheid. Als je hen buiten beschouwing laat, ontstaan er grote gaten in het internationale bestuur van deze vraagstukken.”
Een nieuwe invulling van bedrijfsverantwoordelijkheid
Historisch gezien is internationaal recht grotendeels georganiseerd rondom staten. Overheden waren verantwoordelijk voor de bescherming van burgers en het milieu, terwijl bedrijven vooral werden gezien als economische actoren die opereerden binnen nationale juridische kaders.
Tegelijkertijd genieten multinationals vaak stevige bescherming via internationale investeringsverdragen. Lokale gemeenschappen die schade ondervinden van vervuiling of mensenrechtenschendingen hebben veel minder mogelijkheden om verhaal te halen. “Het internationale systeem is lange tijd op een ongelijke manier ingericht geweest,” zegt Bernaz.
Deze ongelijkheid staat centraal in het onderzoek van Bernaz. In haar boek over bedrijven en mensenrechten onderzoekt zij wat zij de kloof in bedrijfsverantwoording noemt: de afstand tussen de wereldwijde macht van bedrijven en de juridische instrumenten die beschikbaar zijn om schade te voorkomen of te herstellen. Het boek beschrijft de historische ontwikkeling van dit vakgebied, bespreekt belangrijke gebeurtenissen en rechtszaken, en laat zien hoe internationale mensenrechtennormen, internationaal strafrecht, private regulering en nationaal recht kunnen helpen om die kloof te verkleinen.
Een belangrijk kantelpunt kwam in 2011 met de introductie van de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. “Dit is wat we soft law noemen,” legt Bernaz uit. “Internationale richtlijnen die juridisch niet bindend zijn, maar wel invloed hebben op beleid en nationale wetgeving.”
De principes maken duidelijk dat bedrijven een verantwoordelijkheid hebben om negatieve effecten op mens en milieu te identificeren, te voorkomen en aan te pakken. Inmiddels zien we die uitgangspunten terug in Europese wetgeving, zoals de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) (zie kader 1).
De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) is nieuwe Europese wetgeving die grote bedrijven verplicht om risico's op het gebied van mensenrechten en milieu aan te pakken binnen hun eigen activiteiten, delen van hun toeleveringsketen en bepaalde downstreamactiviteiten. Bedrijven moeten risico's identificeren, schade waar mogelijk voorkomen en actie ondernemen wanneer schade optreedt. Daarbij kan het gaan om arbeidsomstandigheden, ontbossing, vervuiling of mensenrechtenschendingen.
Voorstanders zien de richtlijn als een belangrijke verschuiving van vrijwillige afspraken naar juridisch bindende verplichtingen. Critici wijzen op extra administratieve lasten en onduidelijkheid over de grenzen van bedrijfsverantwoordelijkheid. De discussie rond de CSDDD laat zien hoe complex de vraag is waar de verantwoordelijkheid van bedrijven begint en waar deze eindigt.
Die ontwikkeling roept tegelijkertijd discussie op. Voorstanders zien de wetgeving als een belangrijke stap van vrijwillige afspraken naar concretere verplichtingen. Critici vrezen juist extra administratieve lasten en juridische onzekerheid. Daarachter schuilt de meer fundamentele vraag: hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van bedrijven?
“Een bedrijf opereert zelden alleen in een gebied en kan dus niet verantwoordelijk worden gehouden voor alles wat daar gebeurt,” zegt Bernaz. “Maar dat betekent niet dat bedrijven geen verantwoordelijkheid dragen. Grote ondernemingen hebben vaak enorme invloed op leveranciers, arbeidsomstandigheden en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.” Volgens haar draait de discussie steeds vaker om de vraag waar verantwoordelijkheid begint en eindigt, en hoe die grenzen juridisch kunnen worden vastgelegd.

Houvast in mensenrechten
Een belangrijke reden waarom de discussie zo snel terrein wint, is de groeiende rol van mensenrechten. “Als we kijken naar juridische kaders, bieden internationale mensenrechten een stevig fundament,” zegt Bernaz. “Daarin zijn rechten vastgelegd zoals het recht op gezondheid, schoon water, veilige arbeidsomstandigheden en een gezonde leefomgeving.” Volgens haar zijn mensenrechten meer dan alleen juridische instrumenten. “Het geeft ook een taal om de gevolgen van milieuschade en sociale ongelijkheid bespreekbaar te maken.”
Karlsson-Vinkhuyzen ziet een vergelijkbare ontwikkeling binnen internationale klimaat- en biodiversiteitsverdragen. “Het recht op een gezonde leefomgeving wordt internationaal steeds vaker erkend als mensenrecht,” zegt zij. “Daardoor wordt het moeilijker om klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en sociale rechtvaardigheid los van elkaar te zien.”
Opleiding als motor voor verandering
Wetgeving alleen is echter geen wondermiddel. “Uiteindelijk wil je dat bedrijven verantwoordelijkheid nemen zonder dat regelgeving hen daartoe dwingt.” Verantwoordelijkheid vraagt ook om veranderingen in normen en culturen binnen bedrijven en de samenleving.
Juist daarom speelt onderwijs een belangrijke rol. Binnen Wageningen University & Research leiden Bernaz en haar collega's juristen op die begrijpen hoe nauw bedrijven, overheden, mensenrechten en duurzaamheid met elkaar verbonden zijn. Karlsson-Vinkhuyzen ziet daarnaast een groeiende belangstelling onder studenten en onderzoekers voor de rol die internationale afspraken kunnen spelen bij het aanjagen van maatschappelijke verandering.
Volgens Bernaz ligt de kracht van WUR in haar interdisciplinaire aanpak. “Je kunt mensenrechten niet los zien van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en veranderende voedselsystemen.”
Verantwoording in een gefragmenteerde wereld
De aandacht voor verantwoording door bedrijven groeit juist op een moment dat internationale samenwerking steeds moeilijker wordt. “We zien dat landen zich meer naar binnen keren,” zegt Karlsson-Vinkhuyzen. “Ze richten zich sterker op nationale belangen en kortetermijnvraagstukken.”
Toch verdwijnt verantwoording niet van de agenda. Integendeel. Nieuwe vormen van wetgeving, maatschappelijke druk en rechtszaken blijven bedrijven en overheden aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Denk aan zaken zoals Urgenda en Milieudefensie, waarin mensenrechten en klimaatverplichtingen een belangrijke rol speelden. “Ook buiten formele internationale verdragen ontstaan nieuwe manieren om bedrijven en overheden verantwoordelijk te houden,” zegt Karlsson-Vinkhuyzen.
Voor Bernaz en Karlsson-Vinkhuyzen maakt dit onderzoek en onderwijs relevanter dan ooit. Juist in een wereld waarin internationale samenwerking onder druk staat, blijft de zoektocht naar eerlijkere en duurzamere vormen van verantwoording doorgaan.
“Geopolitiek gezien leven we in een ingewikkelde tijd,” besluit Bernaz. “Maar juist daarom is het belangrijk om te blijven onderzoeken hoe we bedrijven, overheden en internationale instituties verantwoordelijk kunnen houden voor hun impact op mens en milieu.”
De Nederlandse Urgenda-zaak geldt internationaal als een belangrijk voorbeeld van de manier waarop mensenrechten en klimaatbeleid steeds sterker met elkaar verweven raken. In 2019 oordeelde de Hoge Raad dat de Nederlandse overheid meer moest doen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Volgens de rechter heeft de staat de plicht om burgers te beschermen tegen de gevaarlijke gevolgen van klimaatverandering.
Bijzonder aan deze uitspraak was de expliciete verwijzing naar mensenrechten, waaronder het recht op gezondheid, welzijn en een gezonde leefomgeving. De zaak liet zien dat internationale verdragen en mensenrechtenwetgeving ook kunnen worden ingezet om nationale overheden juridisch ter verantwoording te roepen voor hun klimaatbeleid.
Volgens onderzoekers illustreert de Urgenda-zaak hoe juridische kaders steeds vaker worden gebruikt om maatschappelijke vraagstukken rond klimaat, duurzaamheid en verantwoordelijkheid concreet en juridisch afdwingbaar te maken.



