Vertraging in versnelling: extensivering landbouwprojecten loopt ver achter op schema

Wageningen University & Research onderzocht drie versnellingsprojecten voor de transitie van het landelijk gebied. De projecten, een eerste uitwerking van het later stopgezette Nationaal Programma Landelijk Gebied, richten zich op extensivering van landbouw rond Natura 2000 en veenweidegebieden. De conclusie is dat volledige besteding ook na de verlengde deadline van eind 2028 niet realistisch is.
Wat is er aan de hand?
In 2022 riep het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) provincies op om met concrete plannen te komen voor de transitie van het landelijk gebied. Met een budget van ruim 500 miljoen euro voor tien provincies en Staatsbosbeheer moesten de maatregelen snel worden uitgevoerd. Het snel uitvoeren lukt niet. Van de 504 miljoen euro die het ministerie van LVVN in 2022 beschikbaar stelde, was eind 2024 slechts 15% besteed. Bij projecten gericht op extensivering van de landbouw was dit zelfs maar 7%. Dat concludeerden onderzoekers van Wageningen Environmental Research, Wageningen Social & Economic Research en het Planbureau voor de Leefomgeving in hun rapport over deze versnellingsprojecten.
De onderzoekers analyseerden drie grote projecten: het gebiedsproces Aldeboarn-De Deelen in Fryslân, overgangsgebieden in Drenthe en natuurinclusieve landbouw in Noord-Brabant. In het veenweidegebied Aldeboarn-De Deelen staat het verhogen van waterstanden voor de klimaatopgave centraal. Hier is van de beschikbare 22 miljoen euro eind 2025 nog niets uitgegeven. Het gebiedsproces loopt al sinds 2016 en afronding wordt nu pas rond 2032 verwacht. In Drenthe is van 37 miljoen euro slechts 0,3 miljoen besteed; politiek draagvlak voor overgangsgebieden is er eind 2025 nog steeds niet. In de overgangsgebieden van Noord-Brabant gaat het iets beter: via een koop- en pachtconstructie is 27 hectare afgewaardeerd, maar voor het grootste deel van de ambities wacht de provincie nog op goedkeuring uit Brussel.
Waarom is extensivering zo vertraagd?
Een eerste oorzaak van de vertraging is dat de benodigde instrumenten voor afwaardering van landbouwgrond nog niet bruikbaar zijn. Regelingen zoals een kaderregeling voor het subsidiëren van de gedeeltelijke afwaardering van landbouwgrond en een compensatiesystematiek voor hogere waterstanden in het veenweidegebied liggen nog altijd ter goedkeuring in Brussel vanwege staatssteunregels.
De maatregelen zijn in de praktijk onlosmakelijk verbonden met complexe gebiedsprocessen. Die vragen om ruimtelijke planvorming, vergunningverlening, actief grondbeleid en draagvlak bij boeren en andere betrokkenen. Dat kost jaren, niet maanden. Zo willen boeren in de praktijk graag liever gecompenseerd worden met extra grond dan met geld omdat ze hiermee hun productiecapaciteit op peil kunnen houden. Hiervoor moet de provincie ruilgrond kopen en deze vervolgens via ruilverkaveling op de juiste plek krijgen.
Hoe kan extensivering weer worden versneld?
De onderzoekers doen concrete aanbevelingen aan het Rijk. Op korte termijn: verleng de bestedingstermijn tot minimaal 2032 en maak financiering van proceskosten en aankoop van ruilgrond mogelijk. Op langere termijn pleiten zij voor een andere aanpak: meer aandacht voor uitvoerbaarheid bij de beoordeling van plannen, minder bureaucratische financieringsstromen en een gezamenlijke, langjarige gebiedsaanpak door Rijk en provincies, met een tijdshorizon van 15 tot 25 jaar.
De lessen uit dit onderzoek gelden niet alleen voor de versnellingsregeling. Ze zijn ook direct relevant voor de koplopersregeling uit 2024, waarvoor 1,5 miljard euro beschikbaar is. Ook het huidige kabinet dat bezig is met een gebiedsgerichte aanpak en zonering rond Natura 2000-gebieden kan leren van deze ervaringen. Wie nu dezelfde fouten maakt, loopt straks tegen dezelfde muren aan.
Het rapport De uitvoering van versnellingsprojecten transitie landelijk gebied (WOT-rapport 176) is opgesteld door Wiebren Kuindersma en Charlotte Walther van Wageningen Environmental Research, Jolanda van den Berg (Wageningen Social & Economic Research) en Brechtje Silvius (Planbureau voor de Leefomgeving).
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze experts.


