WUR-onderzoek ziet mogelijkheden voor hogere tarweopbrengsten in Noordwest-Europa

- prof.dr.ir. MK (Martin) van Ittersum
- Professor
De tarweopbrengsten in Noordwest-Europa zijn al jaren stabiel, terwijl het gewas zelf nog ruimte heeft om meer te produceren. Onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) laat zien dat dit opbrengstplateau niet wordt verklaard door klimaatverandering of door de genetische potentie van moderne rassen, maar vooral samenhangt met het management op het agrarische bedrijf.
De studie combineert experimenten en praktijkgegevens uit Nederland met gewasmodellen om beter te begrijpen waarom de opbrengstgroei sinds de jaren negentig is afgevlakt. Daarbij is gekeken naar de bijdrage van genetische vooruitgang, historische klimaatverandering en management op het boerenerf.
Een regio met stabiele opbrengsten
Noordwest-Europa is een belangrijke tarweregio, met jaarlijks meer dan 10 miljoen hectare tarwe. Tot halverwege de jaren negentig namen de opbrengsten gestaag toe, met gemiddeld circa 120 kilo per hectare per jaar. Daarna vlakte de groei af en bleef de opbrengst in veel landen rond een stabiel niveau van ongeveer 7 tot 9 ton per hectare. De oorzaken van deze ontwikkeling waren lange tijd niet eenduidig vast te stellen.
Genetische vooruitgang zet door
Uit officiële variëteitsproeven blijkt dat veredeling ook na het midden van de jaren negentig opbrengstwinst blijft opleveren. In de periode 1994–2016 bedroeg de genetische vooruitgang gemiddeld 74 tot 84 kilo per hectare per jaar. Moderne tarwerassen hebben een langere graanvullingsperiode en benutten licht iets efficiënter. Dat wijst erop dat in Noordwest-Europa in deze periode nog geen genetisch opbrengstplafond is bereikt.
Historisch klimaat werkt mee
Ook historische klimaatverandering blijkt over de onderzochte periode geen beperkende factor te zijn geweest. Met behulp van een gewasmodel simuleerden onderzoekers het effect van klimaatverandering, waarbij genetica en teeltpraktijken constant werden gehouden. De resultaten laten zien dat klimaatverandering tot op heden juist heeft bijgedragen aan opbrengstgroei, met 26 tot 60 kilo per hectare per jaar. Deze positieve bijdrage hangt vooral samen met hogere CO₂-concentraties en meer licht tijdens de graanvulling, als gevolg van een eerdere bloei. Het onderzoek doet geen uitspraken over de invloed van toekomstige klimaatextremen.
Beheer speelt een sleutelrol
Omdat zowel genetica als klimaat nog ruimte bieden voor opbrengstgroei, wijst de analyse erop dat het agronomische management op het bedrijf een belangrijke rol speelt bij de niet verder toenemende opbrengstniveaus. Daarmee worden de dagelijkse keuzes bedoeld rond de gewasrotatie, teelt en bodem. De bijdrage van beheer is indirect afgeleid, als het verschil tussen de gerealiseerde landbouwopbrengsten en de opbrengstwinsten die aan genetica en klimaatverandering kunnen worden toegeschreven. Op basis daarvan blijft jaarlijks naar schatting 67 tot 114 kilo per hectare aan toename in potentiële opbrengst onbenut.
Water- en stikstofbeheer blijken daarbij in deze regio geen sterk beperkende factoren. De resultaten wijzen vooral op intensieve vruchtwisselingen met veel, economisch aantrekkelijke, wortel- en knolgewassen, en daarmee samenhangende ziekten en bodemverdichting, als factoren die de opbrengstgroei in de praktijk kunnen afremmen. Zulke bouwplannen vergroten de druk op bodem en gewasgezondheid en maken het lastiger om tarwe tijdig en optimaal te beheren.
Andere beheerkeuzes in beeld
De onderzoeksresultaten laten zien dat verdere opbrengstverbetering niet in de eerste plaats moet worden gezocht in water- en nutriëntenvoorziening, maar in andere aspecten van het management, zoals de inrichting van de vruchtwisseling, bodembeheer en daarmee samenhangende teeltkeuzes. Tegelijk benadrukken de onderzoekers dat hogere opbrengsten altijd moeten worden afgewogen tegen economische haalbaarheid en productie binnen milieugrenzen.
De studie maakt duidelijk dat het potentieel voor tarweproductie in Noordwest-Europa onder de onderzochte omstandigheden blijft groeien, maar dat verdere vooruitgang in sterke mate samenhangt met dagelijkse beheerkeuzes op bedrijven.
Lees het wetenschappelijke artikel:
Heeft u een vraag?
Heeft u een vraag rondom dit onderwerp of ziet u kansen om met ons samen te werken? Neem dan contact op met onze expert.
prof.dr.ir. MK (Martin) van Ittersum
Professor


